Joodse vluchtelingen in Borculo

Het was in de nacht van 9 op 10 november 1938. Nu is Vreden een vriendelijk stadje even over de grens, maar in die Kristallnacht waren de straten van Vreden urenlang het toneel van antisemitisch geweld onder het toeziend oog van de eeuwenoude Stiftskerk.

Zoals overal in Duitsland werden ruiten van Joodse winkels aan scherven geslagen. De synagoge werd verwoest. Joden werden uit hun huizen verdreven en op straat mishandeld. In de Neustrasse werd een piano van de tweede verdieping naar beneden gegooid. Het ging maar door terwijl Hitlerjugendknapen joelend Joodse mannen voortdreven.

Woonhuis van Mozes Elzas aan de dr. Scheylaan foto Henk Teeuwen

Dichtbij lag Borculo. Het oude Berkelstadje genoot tot ver over de grens bekendheid vanwege zijn perkamentfabricage. Eén van de fabrikanten was Mozes Elzas. Hij was gehuwd met Dorothea Breslauer en bewoonde de imposante villa Belmidi.

Ergens in de maanden na de hierboven beschreven Kristallnacht moet een auto zijn gestopt voor het deftige huis van de perkamentfabrikant. In de deuropening stond Mozes Elzas.

Hij zag zijn gast uit het verre Noord-Duitse Emden uitstappen. Het was de rabbijn Samuel Blum met zijn vrouw Sara Breslauer. Tijdens de landelijk georkestreerde gruwel die alle Joodse gemeenten van ons buurland trof, was hij op een conferentie in Berlijn. Hij werd er gearresteerd, weggevoerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen en diep vernederd. Terug in Emden trof hij zijn gezin aan in een leeggeroofd huis naast de geblakerde resten van de prachtige synagoge die de stad rijk was.  

Dr. Samuel Blum rabbijn te Emden Foto: Stadtarchiv Emden

Het verblijf van Samuel Blum in Borculo is niet van lange duur geweest. Met zijn vrouw en twee van hun vijf kinderen wist hij op tijd via Rotterdam te ontkomen naar het toenmalige Palestina. De drie andere kinderen konden zich later na een lange reis via Engeland en Canada alsnog bij hen voegen. De rabbijn vestigde zich in Tel Aviv. Hij overleed in het jaar 1951.

Mozes Elzas sloot de deur achter zijn bezoeker en we kunnen ons voorstellen hoe de beide mannen tot ver in de nacht gesproken hebben over de diepe haat die zich van Duitsland had meester gemaakt.

Behalve om haar perkamentfabricage stond de Joodse Gemeente ook wijd en zijd bekend om het hoge niveau van haar studie van Thora en Talmoed. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen, dat Samuel Blum niet de enige rabbijn was die de weg vond naar de kleine Berkelstad.

In diezelfde dagen kwam immers ook rabbijn Leo Breslauer in Borculo aan en het waren Mozes Elzas en Dorothea Breslauer die ook hem liefdevolle gastvrijheid boden in hun grote huis. Leo Breslauer was rabbijn in Fürth in het verre Beieren. Fürth was een belangrijke marktplaats die eeuwenlang een grote tolerantie kende jegens haar Joodse burgers. De Joodse Gemeente was een centrum van Joodse geleerdheid. De orthodoxe Leo Breslauer zal in zijn zwager Mozes Elzas een geestverwant hebben gevonden. Hij wist in 1939 met zijn gezin naar de Verenigde Staten te ontkomen. Hij werd in New York een bekende rabbijn. Hij bevestigde er het huwelijk van Henry Kissinger eveneens afkomstig uit Fürth.

Behalve de beide rabbijnen zocht ook de koopman Willi Israël Gluskinos verblijf in het huis van Mozes Elzas. Hij kwam uit Breslau, het huidige Wrocław, Zijn vrouw Judith Breslauer kwam uit hetzelfde gezin als Leo Breslauer en Dorothea Breslauer, de echtgenote van Mozes Elzas. Zo bracht die donkere tijd drie leden uit hetzelfde gezin in Borculo bijeen. Willi Gluskinos wist eveneens met zijn vrouw Nederland te verlaten en ook hen bood het verre Palestina een veilig toevluchtsoord.

De komst van veel Joodse vluchtelingen uit Duitsland was het gesprek van de dag in de grensplaatsen van de Gelderse Achterhoek als Winterwijk, Aalten, Dinxperlo, Gendringen of Groenlo. En zo was het ook in Borculo.

Notulen Joodse Gemeente 20 maart 1938 aandacht voor Joodse vluchtelingen

Het kleine gezin van Julius Löwenberg en Emma Salomon kwam uit Ochtrup. Hun bedrijf was hen ontnomen. De beide kinderen Willy en Erica mochten niet meer naar school. En toen de veteranen uit de Eerste Wereldoorlog op een zekere dag in optocht door de straten van Ochtrup marcheerden met het geweer over de schouder, liep ook Julius mee. Hij had immers in de Eerste Wereldoorlog zijn vaderland gediend. Hij moest echter in plaats van een geweer een wandelstok over de schouder dragen tot grote hilariteit van de omstanders. In het stille nachtdonker is het gezin op weg gegaan naar het veilige Borculo.

Stolpersteine familie Löwenberg Steenstraat foto Henk Teeuwen

Julius ging de boer op om boeren en boerinnen de maat te nemen waarna Emma de kleding maakte die hij vervolgens weer afleverde op al die boerderijen. Hun kinderen konden in Borculo gewoon weer naar school en sloten vriendschappen. Bij de razzia van 18 november 1942 sloot Julius het huis achter zich om Borculo nooit weer terug te zien. Zijn vrouw en zijn vijftienjarige dochter werden in Auschwitz vermoord op 10 september 1943. Hijzelf vond op 31 maart 1944 in Auschwitz de dood. Willy overleefde de Holocaust.

Huwelijksaankondiging in Het Joodsche Weekblad 19.09. 1941

In diezelfde tijd kwam Moritz Frank naar Borculo. Hij was een zoon van een slager in Fürstenau. Zijn ouderlijk huis bood ruimte aan een huissynagoge. Een stil monument vertelt er vandaag de dag wat tijdens de Kristallnacht is gebeurd. Moritz was 35 jaar toen hij op 8 augustus 1941 met Johanna Seijffers trouwde, de dochter van een Borculose tabaksfabrikant. Bij de razzia van 18 november 1942 moesten ook zij zich melden. Johanna werd op 27 november 1942 in Auschwitz vermoord. Moritz zou uitgeput en verzwakt op 23 februari 1945 sterven in het concentratiekamp Buchenwald aan de gevolgen een infectie.

Zo kwamen er velen die hoopten veilig te zijn in onze Berkelstad, maar op de meeste plaatsen waar zij hebben gewoond, vind je nu Stolpersteine met de datum waarop zij opnieuw hun huis moesten verlaten dit keer een gruwelijk einde tegemoet.

Notulenboek Joodse Gemeente Borculo 5 maart 1939

Ik vond de namen van een aantal van hen terug in de notulen van de Joodse Gemeente gehouden kort na de Kristallnacht van november 1938. Gossels, Isenberg, Reingenheim en Grüneberg. De vergadering besprak hun verzoek om toe te mogen treden tot de gemeente.

Stolpersteine familie Gossels Muraltplein foto Henk Teeuwen

Sally Gossels  was opgegroeid in Oldenzaal waar hij net als zijn vader het slagersvak was ingegaan. Sally trouwde met de Bentheimse Malchen Meijer. Daar in Bentheim kregen ze twee kinderen. Sally en Malchen vonden samen met Lena, een zuster van Malchen, vanaf 1938 onderdak in het ruime en gastvrije huis van de Joodse voorzanger Louis Meijer aan het Muraltplein. Bij de razzia van 18 november 1942 werd het drietal opgepakt. Kort daarna vonden zij in de gaskamers van Auschwitz de dood. We hebben drie Stolpersteine voor hen gelegd in het plaveisel voor het huis van de Joodse voorzanger Louis Meijer.

Daar vind je naast de gedenksteentjes van de vier kinderen van Louis en Ida Meijer ook dat van de Joodse vluchteling Horst Meijer. Hij was één van de jonge mannen die hun leven nog voor zich hadden, toen zij destijds in Borculo hun toevlucht zochten. Soms vonden ze in Borculo hun echtgenote en Horst was één van hen. In Duitsland had Horst veel achtergelaten maar niet zijn idealen. Zo stond hem voor ogen om in het toenmalige Britse mandaatgebied Palestina in de landbouw gaan werken.  In Laag-Keppel bevond zich een zogeheten Hachsjara-centrum. Daar konden jonge mannen en vrouwen een certificaat behalen dat het mogelijk maakte naar Palestina te gaan. Het was een opleiding waar jonge idealistische mensen hun dromen deelden en vrienden maakten. Een nichtje van bovengenoemde Louis Meijer – Bep Meijer – was één van hen.

Hachsjara-centrum te Laag Keppel bron monumenten.nl
Bep Meijer en een onbekende Palestinapionier collectie Marcelle Zion

Louis Meijer – bij wie Horst in huis was – had een dochter. Bethje heette ze. Bethje en Bep waren nichtjes van elkaar. Ze was kleuterleidster in Borculo. Horst en Bethje traden op 11 november 1942 in het huwelijk. Een ontroerende verlovingsfoto bleef van hen bewaard. Een week later werden zij bij de razzia van 18 november 1942 gearresteerd. Ze zouden enkele maanden in Westerbork verblijven, eer ze op 16 februari 1943 op transport gingen naar Auschwitz. Bethje werd direct na aankomst op 19 februari vermoord. Horst werd tewerkgesteld en moet niet lang daarna aan de ontberingen in het werkkamp bezweken zijn.

Verlovingsfoto Betty Meijer en Horst Meijer 1942 collectie Marcelle Zion
Max Walter Jacks in 1948 bron Joods Monument

Onder de jonge Joodse vluchtelingen die in Borculo neerstreken, bevond zich ook Max Walter Jacks. Hij was geboren in Berlijn in 1922. Tijdens de bezetting wist Max onder te duiken. Het belette hem niet om met zijn Borculose vriend Meijer Gotschalk in het verzet te gaan. Later schreef Meijer over hem : In 1943 zat ik met mijn vriend geheel en al in het verzet. We waren vele nachten op pad om te doen wat nodig was. Net als Meijer wist Max de oorlog te overleven. Hij zou trouwen en kreeg een zoon. Hij overleed in Utrecht in 1978. Voor de jonge vluchtelingen moet het niet moeilijk zijn geweest om aansluiting te vinden bij hun generatiegenoten in de Joodse gemeenschap van Borculo. Ze hoorden er al gauw helemaal bij.

Bep Meijer, Bethje Meijer, Sarie Berg en Johanna Meijer met Renéetje collectie Marcelle Zion

Zo ook Bernhard Grüneberg die ten tijde van de Kristallnacht 26 jaar was. In het gezin van Lion Berg en Naatje Meijer, een zuster van bovengenoemde Louis Meijer, heeft hij zijn vrouw gevonden. Helena Berg heette ze. Op 10 april 1941 zijn ze getrouwd. Ze kregen een zoontje dat ze Renéetje hebben genoemd en dat in de familie Berg en Meijer de harten wist te stelen.In november 1942 zijn Bernhard en Helena ondergedoken, maar later werden ze toch opgepakt. Beiden werden op 7 mei 1943 in Sobibor vermoord. Renéetje overleefde de oorlog. Zijn grootouders Lion Berg en Naatje Meijer hebben zich over hem ontfermd. Voor René is het leven altijd zwaar gebleven.

Stolperstein Bernhard Grüneberg Lochemseweg 6 foto Henk Teeuwen

Siegfried Isenberg was 31 jaar toen hij in 1938 naar Borculo kwam. Zijn oude schoonvader Isidor Reingenheim was bij hem en ook zijn zwakbegaafde schoonzuster Henny Reingenheim vermoedelijk om voor de beide mannen te koken en de was te doen. Het kleine gezelschap kwam uit Hopsten, een klein boerendorp aan de voet van het Teutoburgerwoud. Siegfrieds echtgenote Regina en zijn schoonmoeder waren achtergebleven. Zij moesten in Hopsten de textielzaak gaande houden en voor de overige drie gezinsleden zorgen waarvan er twee eveneens zwakbegaafd waren.

Het winkeltje van Siegfried Isenberg bron archief HISVEBO

Uit correspondentie die Siegfried voerde met het Comité voor Joodsche Vluchtelingen blijkt, dat hij een visum heeft aangevraagd voor Amerika. Maar zo ver is het niet gekomen. Siegfried begon in het huis aan de Kerkstraat een textielzaak en op zekere dag heeft zijn vrouw Regina zich bij hem gevoegd. Kort daarna volgde de bezetting van Nederland. Regina zou in december van 1940 in het ziekenhuis van Enschede overlijden. Daar in Enschede bevindt zich haar graf. Ook haar vader Isidor overleed en kreeg een graf naast dat van zijn dochter. Twee Joodse vluchtelingen die in Borculo onderdak gevonden hadden. Siegfried trad in augustus 1941 opnieuw in het huwelijk en wel met zijn schoonzuster Henny. Bij de razzia van 18 november 1942 hebben beiden Borculo verlaten om naar Westerbork te gaan. Op 24 november 1942 gingen ze naar Auschwitz. Henny werd daar bij aankomst direct vermoord. Siegfried werd sterk genoeg bevonden om tewerkgesteld te worden. Niemand weet waar en wanneer hij is gestorven.

Ondertussen werd aan de Kerkstraat een brief bezorgd. In een huis dat door de beide Joodse bewoners was verlaten. De brief is vervolgens opgestuurd naar de Joodse Raad in Amsterdam die in Het Joodsche Weekblad een rubriek bijhield waarin zij melding maakte van onbestelbare brieven met de oproep die eventueel op te halen. De brief aan Siegfried Isenberg werd in de editie van 8 januari 1943 opgenomen in diezelfde rubriek met vermelding van de afzendster : Terz Isenberg, Theresienstadt.

Ik vond de naam terug in de huwelijksakte van Siegfried en Henny. De moeder van de bruidegom heet er Terz David gehuwd met Mozes Isenberg. Van haar is bekend dat ze op 7 september 1942 in Theresienstadt geïnterneerd is waar ze op 28 maart 1943 zou sterven.

De moeder moet daar in Theresienstadt op een dag haar zoon een levensteken hebben willen sturen, maar nooit heeft Terz geweten dat haar brief terecht zou komen in de rubriek onbestelbare brieven. In een huis achter de Joriskerk waar in het voorjaar de lindebomen hun heerlijke geur verspreiden, kreeg Betty Behrens – Friedmann met haar man Otto Behrens onderdak. Het was in het najaar van het eerste oorlogsjaar 1940. Otto had een munitiefabriek in Hamburg. Betty was een bekende operazangeres. Otto overleed in Borculo op 1 juni 1941. Op de grafsteen van haar man liet Betty schrijven : Hij ging naar zijn Eeuwigheid op de eerste dag van Shavoe’ot. Shavoe’ot is het feest waarop het jodendom viert dat Mozes – Gods geliefde dienstknecht – de Thora ontvangen heeft uit de handen van de Eeuwige.

Anders dan haar man heeft Betty nooit een graf gekregen. Bij de razzia van 18 november 1942 werd zij weggevoerd. Betty is op 9 april 1943 in Sobibor vermoord.

Ik kom graag op de Joodse begraafplaats van Borculo. Thuis zoek ik soms de vertaling op van de Hebreeuwse teksten op de stenen. Ze getuigen van een gelovige traditie die echter volgens de nationaalsocialisten verdiende vernietigd te worden. Het is die traditie die Betty ertoe bracht om op de grafsteen van haar man te laten schrijven : Hij ging naar zijn Eeuwigheid op de eerste dag van Shavoe’ot.

Woorden gehouwen in harde steen hebben de oorlog overleefd. Tot op de dag van vandaag spreken ze hun taal op de Joodse begraafplaats van Borculo. De taal van een gelovige traditie waarin de Joodse Gemeente van Borculo leefde samen met hen die zij in die duistere jaren onderdak heeft verleend.

Henk G. Teeuwen Januari 2026

BRONNEN

  • Het Grote Gemis uitgave HISVEBO 2009
  • www.holocaustnamenmonument.nl  (Martijn Brandjes)
  • Het Joodsche Weekblad
  • Notulen Joodse Gemeente te Borculo 1936 – 1976
  • Aus der Geschichte der jüdischen Gemeinde im Deutschem Sprachraum – EMDEN Klaus-Dieter Alicke 2008
  • bibliothek.ostfriesischelandschaft.de – over Samuel Blum
  • www.fuerthwiki.de – over Leo Breslauer
  • Stenen Archief
  • Joods Monument (Roeland Oudejans en Ernest Gompers)
  • Arolsen Archieven