EEN OUD JOODS GESLACHT IN DE GELDERSE ACHTERHOEK
De geschiedenis van de familie Heijmans brengt ons naar Groenlo. In de tweede helft van de zeventiende eeuw kregen enkele Joodse families toestemming om zich binnen de wallen van dit oude vestingstadje te vestigen.
In die tijd pachtte een zekere Levi van Bingen er de Bank van Lening. Daar kon je geld lenen tegen een onderpand. Dat konden juwelen zijn maar ook kleding. Als je de lening niet terugbetaalde, werd het onderpand verkocht. In het begin van de negentiende eeuw vinden we Jacob en Salomon Heijmans veelvuldig vermeld als kopers van panden. De lommerd zou een lang leven beschoren zijn. De bank werd pas in 1895 opgeheven. De laatste leenbankhouders waren Israël en David Heijmans.

De kille – Jiddisch voor Joodse Gemeente – van Groenlo kende in de tweede helft van de negentiende eeuw een grote bloei. De gemeente had twee begraafplaatsen. Eén daarvan lag aan de Kerkstraat in Vragender bij Lichtenvoorde. Deze is tot 1919 gebruikt. Nu is het een klein stukje braakliggend land omgeven door wat laaghout. Het is er stil en verlaten. Geen steen die vertelt dat hier mensen begraven liggen.
De andere begraafplaats ligt in Groenlo onder de hoge Kanonswal aan het water van de stadsgracht. De begraafplaats is omgeven door een hoge muur. De meest voorkomende naam op de grafstenen is de naam Heijmans. Niet voor niets werd de kille van Groenlo dan ook de Heijmanskille genoemd! Tot ver in de twintigste eeuw heeft de familie Heijmans zich met de Joodse Gemeente van Groenlo nauw verbonden gevoeld.

De familie Heijmans was een familie van succesvolle zakenlieden. De eerdergenoemde David Heijmans begon na de opheffing van de Bank van Lening in 1895 een groothandel in garen en band. Na hem dreef de familie een poetskatoenfabriek die onder meer katoenafval afnam van de bekende Joodse weverij van Poppers in Winterswijk. Daarnaast exploiteerde de familie Heijmans in de eerste helft van de twintigste eeuw een worstfabriek en een exportslachterij annex vee- en varkenshandel.
In de tweede helft van de negentiende eeuw heeft een lid van de familie Heijmans Groenlo verlaten om zich in Borculo te vestigen. Het was de koopman Isaac Salomon Heijmans (1840 – 1919). Isaac Salomon heeft met de markante broers David en Jacob Heijmans op het hier afgebeelde portret een achttiende-eeuwse grootvader gemeen. Het is Heijman Jacob Heijmans (1742 – 1817) gehuwd met Roosje Meijer (1753 – 1842). Oorspronkelijk komt het geslacht uit Gendringen.
Isaac Salomon Heijmans trouwde met Antjen Meijer uit een oude Borculose familie. Zij was een zuster van Hartog Meijer. Hartog was de vader van Ruben Meijer (1878 – 1949), een kleurrijk man die tot zijn overlijden in 1949 veel voor de Joodse Gemeente heeft betekend. Isaac Salomon en Antjen kregen één zoon. Ze noemden hem Salomon naar zijn Groenlose grootvader. Salomon en Ruben waren dus volle neven.
Antjen Meijer is vroeg overleden. Het was in het voorjaar van 1902. Haar grafsteen prijst haar om haar dagelijkse zorg voor het gezin en vermeldt haar plotselinge dood. Toen Isaac Salomon Heijmans op 27 mei 1919 overleed, waren het de koopman Jozef Hartog en de exportslager Levie Meijer die aangifte deden, twee mannen die in de Joodse Gemeente van Borculo een belangrijke rol hebben gespeeld.
Salomon was veekoopman. Hij trouwde in 1898 met Heintje Elzas. Haar Joodse naam was Hindele. Zij was uit de vooraanstaande vrome familie Elzas bekend om haar perkamentfabriek. Nathan en Mozes Elzas waren haar broers. Het echtpaar liet aldus de uitgave van de Historische Vereniging Borculo Het Grote Gemis de villa Casa Cara bouwen. De site van Rijksmonumenten omschrijft het huis aan de Steenstraat 34 met zijn lichte hoge kamers als een voorbeeld van een stadsvilla van de gegoede burgerij.

Salomon Heijmans en Heintje Elzas kregen drie kinderen. Isaak Salomon (Ies) werd geboren op 30 augustus 1999, Abraham (Bram) op 19 maart 1901 en Antjen (Annie) op 6 november 1903.
In de winter van 1915 haalde Salomon het nieuws. Hij wilde vee inladen op het spoorwegstation in Borculo. Eén van de koeien sprong echter uit de wagon en koos om zo te zeggen het hazenpad. Dagenlang liep het beest vrij rond en werd zelfs kilometers verderop in Hengevelde gesignaleerd. Salomon loofde aldus het krantenbericht een premie uit aan degene die het dier zou doodschieten.
Salomon begon een exportslagerij die zich bevond achter de Nederlands Hervormde kerk aldus een artikel in de Twentsche Courant uit later tijd. De precieze locatie wordt uitvoerig vermeld in een bericht in de Graafschapper van 21 februari 1919 waarin de publieke verkoop in opdracht van S. Heijmans wordt aangekondigd van een woonhuis gelegen aan de Voorstad en wel aan de toenmalige Leerinkbeek. Een schuur achter het huis is ingericht als stalling en slachtplaats.


Salomon ging in het spoor van zijn ondernemende Groenlose familie en liet in 1921 een exportslagerij bouwen op de Lichtenhorst. Zijn beide zoons Ies en Bram volgden hun vader in juni 1925 op in het bedrijf.
Kort daarna werd Borculo in de vroege avond van 10 augustus 1925 getroffen door een cycloon die grote verwoestingen aanrichtte. Ook de exportslagerij van de gebroeders Heijmans werd deerlijk gehavend aldus een bericht dat het Nieuw Israelietisch Weekblad – het huisorgaan van het Nederlandse jodendom – wijdde aan de gebeurtenissen in Borculo.

De veemarkt moest vanwege de gevolgen van de cycloon tijdelijk worden verplaatst en wel naar een weide tegenover café Hagedoorn aan de Lochemseweg. Er werden 106 koeien aangevoerd en 250 biggen. Misschien bevonden Ies en Bram Heijmans zich onder de talrijke veehandelaars op de krantenfoto.

Een maand na de cycloon overleed Salomon op 11 september 1925. Hij woonde nog altijd in de villa Casa Cara aan de Steenstraat. Op zijn grafsteen staat : Die naar zijn eeuwigheid is gegaan op de leeftijd van 51 jaar in de nacht van de Heilige Shabbat.
Heintje zou hem vele jaren overleven. Ze is niet op Casa Cara blijven wonen. Ze verhuisde naar de Hessenstraat 2 en tenslotte naar het door Salomon gebouwde huis aan de Lichtenhorst. Op de leeftijd van 89 jaar is ze op 16 november 1966 gestorven. Beiden liggen in Borculo begraven. Ies heeft zich in 1923 verloofd met Rosa van Engel. Haar vader Nathan van Engel en Maria van Engel waren broer en zus en laat Maria van Engel nu getrouwd zijn met Abraham Elzas en laat Heintje Elzas nu haar dochter zijn! Heintje en Rosa waren volle nichten. Ies verloofde zich dus met zijn achternicht. Het wijst op de verbondenheid tussen de familie Heijmans en de familie Elzas. Maar de verloving moet beëindigd zijn, want in 1928 verlooft Ies zich opnieuw en wel met de Arnhemse Jeanette Nathans. Ook deze verloving wordt echter beëindigd. Tenslotte verlooft Ies zich in 1929 met Betsie Kats uit het verre Smilde met wie hij in 1931 in het huwelijk treedt. Ze gaan wonen in het mooie huis aan de Hessenstraat 2. Een jaar later krijgen zij op 16 november 1932 een zoon die zij Salomon Abraham hebben genoemd. Op de foto staat hij voor het huis aan de Hessenstraat. Mogelijk is het zijn moeder die in de deur kijkt naar het mooie tafereel.


De Stichting Synagoge Borculo schrijft op haar site dat Salomon als twaalfjarige jongen getraumatiseerd uit de oorlog kwam en tenslotte in 1976 overleed in Sinaï, een instelling voor Joodse oorlogsslachtoffers in Amersfoort.
Net als Ies kwam ook Annie Heijmans de nodige hobbels tegen op haar liefdespad. Ze verloofde zich eerst met de Enschedese Gerson Serphos maar zou in 1923 tenslotte trouwen met een juwelier uit Groningen. Louis Anholt heette hij. Bij het huwelijk is Mozes Elzas, oom van Antje Heijmans, getuige.

Bram trad pas op latere leeftijd in het huwelijk. In 1946 trouwde hij op vijfenveertigjarige leeftijd met de twaalf jaar jongere Else Henriëtte Frankenhuis uit Haaksbergen. Tot die tijd woonde hij met zijn moeder. Zij hebben op 27 mei 1951 een dochtertje gekregen dat zij Heintje Ida (Henny) hebben genoemd.
De beide broers hebben naam gemaakt als veehandelaars. Zij waren in goeden doen. Samen met hun moeder Heintje Elzas kochten ze grond en huizen op.
Heintje Elzas en haar beide zoons, hun echtgenotes en kinderen hebben de oorlog overleefd door onder te duiken. Hun kostbaarheden begroeven in de grond bij een boerderij maar hun bezit moesten ze achterlaten. Het werd onteigend en verkocht. We lezen erover in de publicatie uit 2023 Joodse burgers in de Achterhoek onteigening en rechtsherstel.
Voor alle woningen en gronden die in Borculo werden onteigend en verkocht, vond minnelijk rechtsherstel plaats. Elf panden en gronden van de broers Izak Salomon en Abraham Heijmans werden onteigend, waarvan er zes werden verkocht. Voor deze panden en gronden vond in 1947 en 1949 minnelijk rechtsherstel plaats. Ook hun moeder Heintje Heijmans Elzas had 2 panden in haar bezit, die werden onteigend. Deze panden werden niet verkocht.
Ook Annie en Louis Anholt wisten met hun zoon Salomon de oorlog te overleven.
De naam Heijmans komen we tegen in de boeken van de Joodse Gemeente van Borculo. Zo is Bram in de tweede helft van de dertiger jaren lid van het Armbestuur geweest.

Ies trad direct na de bevrijding toe tot het bestuur van de Joodse Gemeente. Hij was lange tijd secretaris van het kerkbestuur, nadat hij in 1955 Isidor Elzas opvolgde die naar Ierland was vertrokken. Zijn handtekening prijkt keer op keer onder de door hem geschreven kerkenraadsverslagen. Hij vervulde deze taak tot zijn overlijden in 1964.

Wat Ies Heijmans in zijn hoofd had, liet hij niet gauw los. Tegelijk beschikte hij over een zelfbewuste en tegelijk milde humor, zo blijkt uit de door hemzelf geschreven notulen van de vergadering van 1 januari 1961. Hierin zijn twee Jiddische woorden terechtgekomen, gotspe en mitswa.
Een gotspe is een handeling die je zowel gewaagd als al te brutaal kunt noemen. Een mitswa is een gebod maar ook wel een Gode welgevallige daad zeg maar een vrome verdienste.

Enkele bestuursleden waren opgestapt en het is de secretaris Ies Heijmans zelve die daarvan de oorzaak was. De alom geliefde voorzitter van het kerkbestuur Louis Meijer had een feestelijk jubileum gevierd en Ies Heijmans was van mening geweest aan dat heuglijke feit óók een extra dankdienst in de Borculose sjoel moest worden gewijd.
En zo geschiedde.
Maar de afgetreden bestuursleden waren het daarmee helemaal niet eens geweest. De heer De Vries uit Neede maakte zich tot spreekbuis van de boze bestuursleden. Hij vond dat het op de vergadering anders afgesproken was en dat Ies Heijmans zich daaraan had moeten houden. Zonder overleg had hij de dienst nóóit mogen laten plaatsvinden. De heer De Vries vond het een gotspe! Dat kun je niet maken! Heijmans repliceerde doelend op de gewraakte handelwijze dat de mitswa veel groter was dan de gotspe! Overigens zijn de notulen in de eerstvolgende vergadering na voorlezing goed bevonden!
In de Joodse Gemeente knetterde het wel vaker de onderlinge saamhorigheid ten spijt. Na de oorlog waren Eibergen, Groenlo en Borculo in één gemeente opgegaan. Eibergen en Groenlo hadden immers geen eigen sjoel meer. De diensten werden gehouden in Borculo en wel in de Joodse school aan de Korte Wal. Groenlo had echter nog altijd zijn rituele voorwerpen bewaard zoals onder meer een zilveren Thoraschild, een zilveren jad en een dito bewerkte schaal. Het bestuur vond dat het rituele zilver dat in Borculo werd gebruikt aan vernieuwing toe was en vroeg aan de leden van de Groenlose kille – waaronder leden van de Groenlose familie Heijmans – of zij het door hen bewaarde zilver ter beschikking wilden stellen. Het is er nooit van gekomen. Het ging naar Amsterdam. Ook de familie Heijmans uit Groenlo liet wat zij in haar hoofd gezet had, niet gauw los.
In het voorjaar van 1964 is Ies Heijmans overleden. Hij stierf aan een hartaanval die hem in de omgeving van Diepenheim overkwam toen hij op de fiets op weg naar huis was.

Lange tijd vormen de veehandelaars Ies en Bram Heijmans een vertrouwde verschijning op de veemarkt van Borculo. Voor de oorlog wordt de markt in de marktberichten in één adem genoemd met die in Apeldoorn, Heerde, Rijssen, Doesburg, Arnhem, Goor, Winterswijk of Doetinchem. De Graafschapsbode meldt op 19 januari 1934 dat er in 1933 8673 runderen, 10.610 biggen en 58 schapen werden aangevoerd en dat aan de gemeentewaag 18.325 stuks varkens en schapen werden gewogen. In de crisistijd spreken de marktberichten van een trage handel en lagere prijzen. Van de onmisbaarheid van de Joodse veehandelaars met hun Jiddische woordgebruik getuigt een bericht in de Graafschap-bode van 19 mei 1936. In verband met de Joodse feestdagen wordt de markt verplaatst. Zelfs in de eerste maanden van de oorlog gebeurde dit.

Na de oorlog liep de handel in rundvee op zijn eind. De varkensmarkt hield het tot in de tweede helft van de zestiger jaren vol. Van Bram Heijmans die zich zichtbaar thuis voelt op de markt, is een mooie foto bewaard gebleven. Beelden zeggen vaak meer dan woorden kunnen. Bram is in Borculo overleden op 22 februari 1978.

Van Betsie Heijmans – Kats, weduwe van Ies Heijmans, is een mooie brief bewaard gebleven. Op 15 juli 1967 zal ze verhuizen naar Buitenveldert. Ze blikt terug op haar jaren als lid van de Joodse Gemeente van Borculo. Met haar woorden wordt deze geschiedenis van een oud Joods geslacht in de Gelderse Achterhoek besloten.

Vaak zal ik nog terugdenken aan de jaren vóór en ná de oorlog van onze bijeenkomsten, bals, vrouwenvereeniging en feestjes waar ik en mijn man zal. altijd actief aan hebben deelgenomen. Ik hoop in Amsterdam Buitenveldert nog iets daarvan terug te vinden. Ik zal zeker op gezette tijden nog in Borculo terug komen en hoop de “rest” van wat eens zo’n bloeiende gemeenschap was dan nog gezond aan te treffen.
Henk G. Teeuwen – januari 2026
- BRONVERMELDING
- Het Grote Gemis uitgave HISVEBO 2009
- Hans Kooger Het oude volk, Kroniek van joods leven in de Achterhoek, Liemers en het grensgebied
- S. Laansma De Joodse gemeente te Borculo 1978
- www.stolperstenengroenlo.nl
- www.synagogeborculo.nl
- Joodse burgers in de Achterhoek onteigening en rechtsherstel 2023
- Notulenboek Joodse Gemeente Borculo1936 – 1976
- www.rijksmonumenten.nl
- Stenen Archief
- Delpher
- www.geni.com
- www.wiewaswie.nl en www.openarchieven.nl
